Brutti, sporchi e cattivi: portret van een komisch land hier ver vandaan?

Voor De Nacht van Rome, een thema-avond georganiseerd door promovendi in Italiaanse taal en cultuur die verbonden zijn aan het Koninklijk Nederlands Instituut te Rome (KNIR), werd ik in 2017 uitgenodigd om een korte inleiding te geven bij Brutti, sporchi e cattivi van regisseur Ettore Scola. Het thema van de avond was “Stad van de Zeven Zonden”.

De aankondigende beschrijving op de website van de Nacht van Rome, luidde als volgt:
“De Romeinse cinema is een gloedvolle afspiegeling van het menselijk bestaan. Schoonheid, vergankelijkheid, liefde en benauwende familiebanden, maar ook diefstal, prostitutie, moord en armoede trekt aan ons voorbij in een filmische wereld die zich afspeelt in een Rome van sprankelende fonteinen en decadente dakterassen tot aan volkse en verlaten buitenwijken. In de filmzaal nemen drie experts van de Italiaanse film je mee op een ontdekkingsreis door de zondige Romeinse achterbuurten uit de rijke Italiaanse filmgeschiedenis.”

Hieronder vindt u mijn inleiding.

Brutti, sporchi e cattivi: portret van een komisch land hier ver vandaan?
Linde Luijnenburg

In een film van Woody Allen, Melinda and Melinda (2004) dagen twee vrienden elkaar uit om hetzelfde begin van een verhaal op een tegenovergestelde manier uit te werken: de één herkent er een komedie in, en de ander ziet het als een drama. De film is in dat opzicht in tweeën gedeeld, en beide opvattingen zijn heel goed uit te werken – zowel de komedie als het drama passen bij het begin. (Hoewel het drama-verhaal misschien soms wel een beetje grappig is, omdat het zo dramatisch is.) Hier de trailer:

Dit laat zien hoe relatief het idee van genre is. Maar het maakt wel uit hoe een film (of een boek, of wat dan ook) in de markt wordt gepresenteerd: het beïnvloed of mensen naar die film gaan, hoe ze hem interpreteren, en wat ze er uiteindelijk van vinden.

De film Brutti, sporchi e cattivi (Ettore Scola, 1976) is heel interessant in dat aspect. Ik geloof dat niemand weet of het een komedie, een satire, is of niet. Ik weet ook niet zeker of de regisseur het zelf weet. Ettore Scola was een commedia all’italiana regisseur, die uitsluitend komedie films had gemaakt tot dan toe. De trailer van deze film is duidelijk een komedie-trailer. Wellicht hebben de filmmakers en producenten daarmee valse verwachtingen geschapen.

Want: de film werd niet goed ontvangen in Italië, niet door publieken in filmzalen, niet door critici, en ook niet door academici. Tot op de dag van vandaag is dat (min of meer) het geval. Het grootste punt van kritiek van Italiaanse academici dat steeds terugkomt, is dat de film cynisch is, en/of dat ‘ie te grotesk is.

Waar gaat de film dan precies over?

Aan de ene kant geef ik nu een vrij grote spoiler weg (het heeft te maken met misschien wel een moord, die misschien wel, of misschien niet wordt gepleegd) maar aan de andere kant is deze film ook zo interessant omdat het niet gaat om het plot (om de tekstuele gebeurtenissen). Het is een film die alleen een film kan zijn. Ik bedoel daarmee dat de beeldtaal eigenlijk het verhaal vertelt, veel meer dan de tekst die we horen, of het plot dat we kunnen navertellen. Het is een ervaring. Daarom raad ik iedereen aan om gewoon bij het begin te beginnen, en de film je te laten overvallen. Hij is DVD-versie online te koop, en bij het Istituto italiano di cultura kun je ’em lenen bij de videotheek.

Brutti, sporchi e cattivi vertelt het verhaal van een grote familie met een vader, Giacinto Mazzatella (Nino Manfredi), die bij een ongeluk aan één oog blind is geworden. Daarvoor heeft hij 80 duizend lires van de verzekering gekregen, die hij constant verstopt op verschillende plaatsen in zijn huis, omdat hij niemand vertrouwt. In zijn huis wonen verder zijn moeder, zijn vrouw, en hun (zeven?) kinderen. Ze wonen in een Romeinse baraccopolo, ook wel bidonville genoemd, een soort krottenwijk. Die bidonvilles die bevonden zich toen, in de jaren 70, in wat wij nu bijna het centrum van Rome noemen, of in ieder geval zijn het tegenwoordig populaire buurten om te wonen. De baraccopoli die wij in de film zien, bevindt zich net ten westen van het Vaticaan, in de zone van Monte Ciocci, in de veertiende buurt van Rome, Trionfale.

Screen Shot 2019-01-29 at 21.21.52.pngStill Brutti, sporchi e cattivi (Ettore Scola, 1976)

Veel mensen denken dat die baraccopoli nu geheel niet meer bestaan in Rome, maar er zijn nog ongeveer honderd, verspreid over de marges van de Italiaanse hoofdstad. De documentairefilm Sacro GRA (2013) van Gianfranco Rosi, die de Leone d’Oro (de Gouden Leeuw) in Venetië ontving in dat jaar, speelt zich ook af in die buurten – ondanks dat we trouwens nauwelijks de echte baraccopoli te zien krijgen. GRA staat voor de Grande Raccordo Anulare, de ring rondom Rome, en rondom die ring zijn er inderdaad baraccopoli te vinden (in krantenartikelen over die buurten vinden we ook nog steeds vaak verwijzingen naar Brutti, sporchi e cattivi). Tussen de jaren ‘50 en laten we zeggen ‘80 zijn er meerdere films gemaakt in Italië die zich in de toenmalige bidonvilles afspeelden, waaronder Il bidone (1955) van Federico Fellini en Accattone (1961) van Pier Paolo Pasolini, misschien de beroemdste voorbeelden:

Trailer Il bidone (Federico Fellini, 1955)

Trailer Accattone (Pier Paolo Pasolini, 1961)

We zien in de film eigenlijk hoe de mensen hier leven: het is een soort familieportret. De familie woont in een heel klein hutwoninkje, opgepropt, half over elkaar heen slapende, etende, de liefde bedrijvende, en vechtende – alles gebeurt in dat hele kleine ruimtetje en in de directe omgeving. En ja, ze zijn brutti (lelijk), sporchi (vies), en cattivi (van slechte aard). (Overigens is deze titel een verwijzing naar Il buono, il brutto, il cattivo (de beroemde spaghettiwestern The good, the bad, and the ugly, 1966, van Sergio Leone).

We hebben het vanavond over zonden. Het is op zichzelf interessant om te zien wat mensen in een specifieke context (plaats, tijd, klasse, enz.) zien als zondig of ongepast. We weten dat de zeven zonden zoals wij ze kennen van het Christendom komen, dat geeft al een idee. Het was bijvoorbeeld heel interessant om op de website van De nacht van Rome, in de beschrijving van dit deel van de avond, twee lijstjes te vinden met positieve en negatieve aspecten die te vinden zijn in ‘de Romeinse cinema’, waarbij ‘prostitutie’ te vinden in het lijstje van negatieve elementen, met onder andere diefstal, moord, en ‘armoede’. Maar dat zijn natuurlijk geheel arbitraire connotaties. Zeker in Nederland zou je denken dat bijvoorbeeld prostitutie niet per se met zondigheid hoeft te worden geassocieerd.

En het is natuurlijk ook heel interessant dat ‘armoede’ daarbij staat. Het hangt natuurlijk af van de definitie van armoede, maar voor veel mensen heeft het ook een romantische gevoelswaarde. Roberto Benigni, toen hij zijn Oscar accepteerde voor La vita è bella, bedankte hij zijn ouders voor het grootste cadeau wat ze hem hadden kunnen geven: armoede.

Wat betreft die romantische connotatie, drukt deze film ons met de neus op de feiten. Alle zeven zonden zijn in de film te herkennen, en eigenlijk al in de twintig minuten die ik u zo laat zien.

  • Superbia (hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid)
  • Avaritia (hebzucht – gierigheid)
  • Luxuria (onkuisheid – lust – wellust)
  • Invidia (nijd – jaloezie – afgunst)
  • Gula (onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht)
  • Ira (woede – toorn – wraak – gramschap )
  • Acedia (gemakzucht – traagheid – luiheid – vadsigheid, afkomstig van het Griekse “ἀκηδία”)

Maar het fascinerende is, dat de film ook illustreert hoe het komt dat de familieleden zich zo gedragen. Het komt eigenlijk voort uit een soort levenslust. Als je geen enkele vorm van geïnstitutionaliseerde educatie, rijkdom, vrijheid, kent, dan ga je op zoek naar redenen om te leven. Lust, bijvoorbeeld, en dat is de reden dat veel meisjes op heel jonge leeftijd zwanger worden. Gierigheid, omdat je alles hebt te verliezen. Gulzigheid, omdat je niet weet wanneer je de volgende lekkere maaltijd krijgt. Wraak, en woede, want het gaat hier om leven en dood. Deze thema’s krijgen daardoor toch een andere betekenis in deze film.

En dat is zo interessant aan Brutti, sporchi e cattivi: het veroordeelt de personages niet, maar bespaart ze ook geenszins. De camera biedt geen romantische blik, geen liefdevolle, verzachtende omstandigheden: het is wat het is. Net als dat het geval is in Pier Paolo Pasolini’s beroemde film Mamma Roma (1962). Op een bepaalde manier, wordt het idee van zonden in deze film ontkracht – of in ieder geval relativeert ze de lading ervan. We zien heel regelmatig door het grote raam van de hut een enorme koepel van de San Pietro, de Sint Pieter, die rijk staat te glanzen in de lucht. Het contrast is duidelijk: daar zit de macht, het geld, de elite: het lijkt zo dichtbij. Maar hier worden deze mensen aan hun lot overgelaten.

Screen Shot 2019-01-29 at 21.22.58.pngStill Brutti, sporchi e cattivi (Ettore Scola, 1976)

In het buitenland had de film een gigantisch succes. Het won de Cannes prijs voor beste regie, en ondanks dat ‘ie niet vaak meer wordt bekeken, blijft het een cult klassieker. Waarom wel in het buitenland, en niet in het Italië van toen, of van nu? Ik denk dat er de illusie is van afstand. Want de Fransen kunnen zeggen, “wat een problemen hebben die Italianen!” En dat geldt zo mogelijk nog meer voor Nederlanders, die een nog grotere geografische afstand hebben.

Goed, de film speelt zich wel af in het Rome van de jaren zeventig, en dus in zo’n specifieke wijk, maar het verhaal van dit soort armoede is universeel en van alle tijden. Er is geen armoede zonder rijkdom, net zo goed als er geen zwart is zonder wit. Het is natuurlijk problematisch om ervan uit te gaan dat mensen die in armoede leven, hun moraal verliezen. Nee, de moralen verschuiven. Het is makkelijk om te veroordelen als je je zelf niet in een identieke situatie bevindt. Want natuurlijk gingen de eigenlijke mensen die in deze krottenwijken woonden in de tijd dat deze film werd gemaakt, niet naar de bioscoop om deze film te zien; dat waren mensen die niet alleen een echt huis hadden, maar ook genoeg geld om zich te ontspannen in een cinema. En daarom is de film wat mij betreft een commedia all’italiana (waar ik ook een groot deel van mijn proefschrift aan heb geweid): heel typisch voor deze specifieke Italiaanse komediefilms uit die tijd, ridiculiseert de film de kijker net zo goed. Want als wij bekritiseren wat we zien, zijn we medeplichtig aan het systeem. Het is een uitnodiging om te reflecteren over de confronterende omstandigheden waarin de protagonisten zich bevinden. Maar niet geen geromantiseerde uitnodiging, met als ondertoon “ach, die arme lieve mensen”.

Het is daarom een soort laatste reddingsmiddel om de film als cynisch van je af te slaan: “dit is vulgair, grof”, etc. Dan ben je in de ontkenning over dat dit deel uitmaakt van jouw eigen samenleving. En dan heb ik het niet over Italianen, maar natuurlijk ook over de Fransen, en de Nederlanders, zeker nu met de Europese Unie (ondanks dat ik in Engeland woon, en dat is nu weer een heel andere situatie).

Dit wordt allemaal aan ons getoond niet door middel van een typisch komische opzet, met slapstick grappen, en eigenlijk is er ook geen ontwikkeling van karakters, met uitzondering van één detail: helemaal in het begin zien we een meisje van een jaar of twaalf, dertien dat andere kinderen naar hun speelplaats brengt. Ze komt alleen hier en daar sporadisch en in de achtergrond terug in de film, maar aan het einde zien we precies dezelfde scène: zij brengt dezelfde kinderen naar dezelfde speelplaats. Met één verschil: ze is nu hoogzwanger.

Op een bepaalde manier is zij daarom het hoofdpersonage. Zij illustreert de ontwikkeling in het verhaal. Dit is leven hier. En dat dan geportretteerd door een uitzonderlijk talentvolle filmmaker die met prachtige en originele camerabewegingen ons toch een heel unieke kijk geeft op deze geënsceneerde realiteit.


Verdere literatuur:

Rick Altman, Film/Genre (London: BFI Publishing, 1999)
Ennio Bìspuri, Ettore Scola. Un umanista nel cinema italiano (Rome: Bulzoni, 2006)
Masolino D’Amico, La commedia all’italiana. Il cinema comico in Italia dal 1945 al 1975 (Milan: Il Saggiatore, 2008)
Roberto De Gaetano, Il corpo e la maschera. Il grottesco nel cinema italiano, (Rome: Bulzoni, 1999)
Stefano Masi, Ettore Scola: uno sguardo acuto e ironico sull’Italia e gli italiani degli ultimi quarant’anni (Rome: Gremese, 2006)
Lino Miccichè, “Il cinema non cambia il mondo ma può farci riflettere. Una conversazione con Ettore Scola”, in Vito Zagarrio (ed.), L’avventuroso viaggio di Ettore Scola (Venice: Marsilio Editori, 2002)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s